1 De koning stond te trillen en ging naar de kamer boven de poort  en huilde: Mijn zoon Avsjalom, mijn zoon, mijn zoon Avsjalom! Was ik maar dood in plaats van jij! O Avsjalom, mijn zoon!

 

֣ ֗ ֛ ֥ ֖ ֑ ֣ | ֣ ֗ ֚ ֙ ֣ ֣ ֔ ֚ ֙ ֣ ֔ ֖ ֥ :

2 Er werd aan Joav verteld dat de koning huilde en rouwde om Avsjalom.

 

֖ ֑ ֨ ֧ ֛ ֖ :

3 Zo veranderde de overwinningsroes van die dag in een rouwstemming voor heel het volk, want het volk hoorde die dag dat de koning treurde om zijn zoon.

 

֨ ֜ ֥ ֛ ֖ ֑ ֣ ֗ ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ :

4 Het volk sloop die dag de stad binnen, zoals mensen die beschaamd uit de oorlog gevlucht zijn.

 

֥ ֛ ֥ ֖ ֣ ֑ ֣ ֗ ֙ ֔ ֖ :

5 De koning had zijn gezicht verborgen en de koning jammerde luidkeels: Mijn zoon Avsjalom, Avsjalom, mijn zoon, mijn zoon!

 

֙֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֙ ֔ ֖ ֥ :

6 Maar toen kwam Joav bij de koning, in het paleis, en hij zei: Vandaag heeft u al uw dienaren te schande gezet, zij die vandaag uw leven gered hebben en het leven van uw zonen en dochters, het leven van uw vrouwen en het leven van uw bijvrouwen

 

֥ ֛ ֖ ֑ ֩ ֨ ֜ ֣ ֗ ֚ ֙ ֔ ֨ ֚ ֙֙ ֔ ֣ ֔ ֖ :

7 door degenen die u haten lief te hebben en te haten die u liefhebben; vandaag heeft u te kennen gegeven dat u zich niet bekommert om prinsen, noch om knechten, want vandaag heb ik ontdekt dat als Avsjalom nog zou leven, en wij allemaal dood zouden zijn, dat beter zou zijn in uw ogen.

 

֙ ֣֔ ֖ ֑ ֣ | ֣ ֗ ֣ ֚ ֙ ֣ ֔ ֣ | ֣ ֗ ֠ ֣ ( ֣) ֥ ֙ ֚ ֙ ֔ ֖ ֥ :

8 Daarom, sta op, ga naar buiten en spreek tot het hart van uw dienaren, want ik zweer bij Hasjem dat als u niet naar buiten gaat, er geen man bij u blijft vannacht en dat zou erger voor u zijn dan alle rampen die u zijn overkomen sedert u jeugd tot nu toe.

 

֙ ֣ ֔ ֖ ֣ ֑ ֩ ֨ ֜ ֣ ֗ ֨ ֚ ֙ ֔ ֧ ֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֖ :

9 Nu stond de koning op en ging in de poort zitten en aan heel het volk werd verteld dat de koning in de poort zat en heel het volk verscheen voor de koning, maar Israël vluchtte, ieder naar zijn tent.

 

֥ ֖ ֣ ֑ ֞ ֣ ֗ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֚ ֙ ֣ ֔ ֔ ֖ ֥ :

10 Heel het volk in heel Israël argumenteerde nu met elkaar en ze zeiden: De koning heeft ons gered uit de handen van onze vijanden en hij heeft ons bevrijd van de Filisjtijnen en nu moest hij uit het land vluchten voor Avsjalom.

 

֚ ֙ ֔ ֥ ֖ ֑ ֨ ֣ | ֣ ֗ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֛ ֥ ֖ ֥ :

11 En Avsjalom die wij over ons gezalfd hebben, is gesneuveld in de strijd. Waarom zwijgen jullie nu over de terugkomst van de koning?

 

֙ ֣ ֣ ֔ ֖ ֑ ֗ ֥ ֛ ֖ ֥ :

12 Toen zond Koning David de volgende boodschap naar Tsadok en naar Eviatar, de Kohaniem: Spreek met de oudsten van Jehoeda en zeg hen: Waarom zouden jullie de laatste zijn die de koning terughalen naar zijn huis, terwijl heel Israël spreekt over het terughalen van de koning naar zijn huis?

 

֣ ֗ ֠ ֨ ֥ ֘ ֒ ֞ ֚ ֙ ֔ ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ ֑ ֙ ֔ ֥ ֖ :

13 Jullie zijn mijn broeders, mijn eigen vlees en bloed zijn jullie, waarom zouden jullie de laatste zijn die de koning terughalen??

 

֣ ֔ ֥ ֖ ֑ ֧ ֛ ֖ ֥ :

14 En zeg tegen Amasa: Bent u niet mijn vlees en bloed? Zo zal G-d met mij doen en meer nog dan dat zelfs, wanneer u niet voor altijd de bevelhebber zal zijn van mijn leger, in plaats van Joav.

 

֙ ֔ ֛ ֥ ֖ ֑ ֣ ֚ ֙ ֣ ֔ ֠ ֞ ֧ ֛ ֖ ֥ :

15 En zo keerde het hart van iedereen in Jehoeda als één hart om en men zond [bericht] naar de koning: Keer terug, u en al uw mensen.

 

֛ ֥ ֖ ֣ ֑ ֙ ֔ ֥ ֖ :

16 En zo keerde de koning terug en toen hij de Jordaan bereikte, kwam [het volk van] Jehoeda naar Gilgal om de koning tegemoet te komen en om de koning over de Jordaan te begeleiden.

 

֣ ֔ ֖ ֑ ֞ ֣ ֗ ֙֙ ֣ ֔ ֥ ֖ :

17 En Sjimi, de zoon van Gera, de Binjaminiet uit Bachoriem, haastte zich en daalde af om met de mannen van Jehoeda Koning David tegemoet te gaan.

 

֗ ֚ ֙ ֔ ֖ ֑ ֙֙ ֣ ֔ ֖ ֥ :

18 En duizend Binjaminieten waren met hem meegekomen, en Tsiva, de bediende uit het huis van Sjaoel, met zijn vijftien zonen en twintig knechten staken nog voor de koning de Jordaan over.

 

֨ ֣ ֘ ֒ ֗ ֚ ֣ ֔ ֨ ֥ ֛ ֥ ֖ ֑ ֥ ֖ ֥ :

19 Toen de veerpont [de rivier] overstak om het huishouden van de koning over te zetten, deed Sjimi, de zoon van Gera, wat hij dacht wat goed was en viel voor de koning terwijl die de Jordaan overstak.

 

֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֑ ( ֑) ֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֖ :

20 En hij zei tegen de koning: Dat mijn heer mij de ongerechtigheid niet aanrekent en dat hij vergeet wat uw dienaar misdaan heeft op de dag dat mijn heer de koning uit Jeruzalem vertrok, dat de koning het niet ter harte neemt.

 

֣ ֗ ֣ ֘ ‍֒ ֗ ֚ ֣ ֣ ֔ ֕ ֥ ֖ ֑ ֥ ֖ :

21 Want uw dienaar weet dat ik gezondigd heb en nu ben ik vandaag gekomen als eerste van heel het huis van Joseef om af te dalen en mijn heer de koning tegemoet te komen.

 

֚ ֣ ֔ ֖ ֣ ֑ ֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֕ ֖ ֥ :

22 Avisjai, de zoon van Tseroeja, antwoordde en zei: Zou in ruil hiervoor Sjimi niet ter dood gebracht worden voor het vervloeken van de gezalfde van Hasjem?

 

֨ ֚ ֙ ֔ ֣ ֔ ֥ ֖ ֑ ֥ ֖ ֥ :

23 Hierop zei David: Wat is er tussen jullie en mij, zonen van Tseroeja, dat jullie vandaag voor mij een hindernis zijn? Moet een man van Israël vandaag ter dood worden gebracht? Weet ik dan niet dat ik vandaag koning over Israël ben?

 

֣ ֗ ֚ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֑ ֗ ֚ ֙ ֔ ֚ ֣ ֔ ֥ ֖ ֥ :

24 En de koning zei tegen Sjimi: U zult niet sterven, en de koning zwoer het hem.

 

֧ ֛ ֖ ֣ ֑ ֥ ֖ :

25 Nu kwam Mefibosjet, de zoon van Sjaoel naar de koning toe. Hij had zijn voeten niet verzorgd en zijn snor niet geknipt en zijn kleren niet gewassen sedert de dag dat de koning was weggegaan, tot de dag waarop hij hem kwam begroeten.

 

֙֙ ֔ ֖ ֣ ֑ ֨ ֜ ֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֙ ֣ ֔ ֖ ֥ :

26 En het gebeurde dat toen hij naar Jeruzalem kwam om de koning te begroeten, dat de koning tegen hem zei: Waarom bent u niet met mij meegegaan, Mefibosjet?

 

֛ ֥ ֖ ֣ ֑ ֚ ֙ ֔ ֛ ֥ ֖ :

27 Hij antwoordde: Mijn heer de koning, mijn bediende heeft mij bedrogen, want uw dienaar zei: Ik zal mij een ezel zadelen en erop klimmen en met de koning meegaan, want uw dienaar is lam.

 

֕ ֥ ֖ ֣ ֑ ֨ ֜ ֩ ֨ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֥ ֖ :

28 Vervolgens heeft hij uw dienaar zwartgemaakt bij mijn heer de koning, maar mijn heer de koning is als een engel van God. Doet u daarom wat goed is in uw ogen.

 

֣ ֔ ֖ ֑ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֥ ֖ :

29 Want heel de familie van mijn vader verdiende niets anders dan de dood door mijn heer de koning, en desondanks gaf u uw dienaar een plaats tussen degenen die aan uw tafel eten. Welk recht heb ik verder nog om een beroep te doen op de koning?

 

֩ ֨ ֜ ֣ ֗ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֙֙ ֔ ֖ ֑ ֥ ֙ ֔ ֥ ֖ :

30 Hierop antwoordde de koning hem: Waarom hier nog verder over gepraat? Ik zeg: U en Tsiva moeten het land maar verdelen.

 

֚ ֙ ֔ ֛ ֥ ֖ ֑ ֕ ֣ ֔ ֖ :

31 Mefibosjet antwoordde de koning: Laat hij alles maar nemen, nu dat de koning veilig weer thuis is.

 

֚ ֙֙ ֔ ֥ ֖ ֑ ֠ ֞ ֥ ֛ ֖ :

32 Nu kwam Barzilai de Giladiet uit Rogeliem en stak met de koning de Jordaan over om hem over de Jordaan te begeleiden.

 

֙ ֔ ֖ ֑ ֚ ֙֙ ֔ ֖ ( ) :

33 Barzilai was heel oud, tachtig jaar, en hij had de koning onderhouden toen die in Machanajiem verbleef, want hij was een zeer aanzienlijk persoon.

 

֙ ֣ ֔ ֖ ֑ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֛ ֥ ֖ :

34 De koning zei tegen Barzilai: Kom met mij mee, dan zal ik u bij mij onderhouden in Jeruzalem.

 

֥ ֖ ֑ ֙ ֣ ֔ ֥ ֛ ֖ :

35 Maar Barzilai antwoordde de konng: Hoe lang heb ik nog te leven, dat ik mee zou optrekken met de koning naar Jeruzalem?

 

֥ ֖ ֑ ֗ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ :

36 Ik ben vandaag tachtig jaar, zou ik nog het onderscheid weten tussen goed en slecht? Of kan uw dienaar nog proeven wat hij eet of drinkt? Kan ik nog de stem van de zangers en zangeressen horen? Waarom dan zou uw dienaar nog een last zijn voor mijn heer de koning?

 

֣ ֩ ֨ ֜ ֣ | ֣ ֗ ֚ ֙ ֚ ֙ ֣ ֔ ֣ ֔ ֖ ֣ ֑ ֩ ֨ ֥ ֙ ֔ ֖ :

37 Uw dienaar zal een klein eindje over de Jordaan met de koning mee gaan, maar waarom zou de koning mij op een dergelijke manier belonen?

 

֞ ֧ ֛ ֖ ֑ ֙֙ ֣ ֔ ֖ :

38 Laat u toch alstublieft uw dienaar terugkeren, opdat ik kan sterven in mijn eigen stad, in het graf van mijn vader en moeder. Zie, uw dienaar Chimham zal met mijn heer de koning oversteken, doet u met hem wat goed is in uw ogen.

 

֚ ֙ ֣ ֔ ֛ ֥ ֖ ֑ ֣ | ֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֕ ֥ ֖ :

39 De koning antwoordde: Chinham zal met mij oversteken en ik zal met hem doen wat goed is in uw ogen. En alles wat u mij vraagt zal ik voor u doen.

 

֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֙ ֔ ֖ ֑ ֛ ֥ ֖ :

40 Toen stak heel het volk de Jordaan over en [ook] de koning stak over. De koning kuste Barzilai en zegende hem en die keerde terug naar zijn woonplaats.

 

֧ ֛ ֖ ֣ ֑ ֨ ֚ ֙ ֣֔ ֖ :

41 De koning stak naar Gilgal over en Chimham stak met hem mee over en heel het volk Jehoeda bracht de koning over en ook de helft van het volk Israël.

 

֚ ֙֙ ֔ ֖ ֣ ֑ ֚ ֙ ֣ ( ֣) ֔ ֕ ֖ ֥ :

42 En nu kwamen alle mannen van Israël naar de koning toe en zeiden tegen de koning: Waarom hebben onze broeders, de mannen van Jehoeda de koning gekidnapt en hebben hem en zijn huishouding  en heel het huis van David met hem [de Jordaan] doen oversteken?

 

֛ ֥ ֖ ֣ ֑ ֣ ֡ ֩ ֨ ֜ ֣ ֗ ֨ ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ :

43 En iedere man van Jehoeda antwoordde de mannen van Israël: Omdat de koning mij na staat. Maar waarom maakt dit u kwaad? Hebben wij van de koning gegeten? Heeft hij ons iets speciaals gegeven?

 

֩ ֨ ֜ ֣ ֗ ֚ ֙֙ ֔ ֚ ֙ ֣ ֔ ֖ ֑ ֚ ֙֙ ֔ ֥ ֖ :

44 En dan antwoordde de man van Israël de man van Jehoeda en zei: Ik heb tien keer zoveel aandeel in de koning en ik sta daarom dichter bij David dan jij. Dus waarom kleineer je me dan? En was niet mijn woord het eerste dat mijn koning terugbracht? Maar de woorden van de man uit Jehoeda waren harder dan de woorden van de man uit Israël.

 

֣ ֩ ֨ ֜ ֗ ֨ ֣ ֘ ֘ ֣ ֒ ֙֙ ֔ ֨ ֥ ֛ ֖ ֣ ֑ ֙֙ ֣ ֔ ֖ ֥ :