1 Joav, de zoon van Tseroeja, merkte dat het hart van de koning  naar Avsjalom [verlangde]   ֖ ֣ ֑ ֥ ֖ :
Dat het hart van de koning naar Avsjalom [verlangde] [Lett.: dat het hart van de koning op Avsjalom was.] Onze vertaling volgt die van Metsoedat David en volgt logisch op de laatste zin uit het vorige hoofdstuk. Abarbanel echter verklaart dat David nog kwaad was op Avsjalom.    
2 Nu zond Joav [een boodschap] naar Tekoa, en liet van daar een wijze vrouw komen. Hij zei tegen haar: Doe alstublieft alsof u in de rouw bent: trek alstublieft rouwkleren aan, wrijf u niet in met olie, maar gedraag u als een vrouw die al vele jaren rouwt over een dode.
  ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֣ ֠ ֞ ֣ ֗ ֙֙ ֔ ֕ ֗ ֚ ֣ ֔ ֖ :
Nu zond Joav naar Tekoa Onze Rabbijnen zeggen [Menachot 85b] dat er, omdat daar olijfolie [in overvloed] is, daar wijsheid te vinden is (Rasji).    
3 Ga naar de koning en spreek tegen hem als volgt. En Joav legde haar de woorden in de mond.And come to the king and speak to him in this manner." And Joab put the words into her mouth.   ֙ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֧ ֛ ֖ :
4 De vrouw uit Tekoa sprak vervolgens tot de koning, en terwijl zij zich met haar gezicht ter aarde wierp en diep boog, zei ze: O koning, help!   ֠ ֚ ֙ ֔ ֧ ֛ ֖ ֑ ֖ ֥ :
5 En de koning vroeg haar: Wat is er? En ze zei: Waarlijk, ik ben een weduwe, mijn man is overleden.   ֥ ֖ ֑ ֗ ֛ ֥ ֖ ֥ :
Waarlijk, ik ben een weduwe Heb.: waarheid (Rasji).    
6 En uw dienares had twee zonen en zij vochten allebei in het veld en er was niemand om hen van elkaar te scheiden en toen sloeg de een de ander dood.   ֙ ֣ ֔ ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ ֑ ֧ ֛ ֖ ֥ :
7 En nu is de hele familie tegen uw dienares opgestaan en ze zeggen: Lever die moordenaar van zijn broer [aan ons] uit, opdat wij hem zullen doden [als vergelding] voor het leven van zijn broer, die hij vermoord heeft, en we zullen ook deze erfgenaam vernietigen. En op die manier zullen zij het laatste kooltje dat mij nog rest, doven, zodat er voor mijn man geen naam overblijft op de aardbodem.   ֩ ֨ ֜ ֗ ֙ ֣ | ֣ ֗ ֙֙ ֚ ֙ ֣ ֔ ֖ ֣ ֑ ֗ ֙ ֣ ֔ ֧ ( ) ֛ ֥ ֖ ֥ :
8 De koning zei tegen de vrouw: Ga maar naar huis, ik zal instructies over u geven.   ֧ ֛ ֖ ֣ ֑ ֖ ֥ :
9 Maar de vrouw uit Tekoa zei tegen de koning: De schuld zal op mij vallen en op mijn vaders huis, maar de koning en de troon zullen onschuldig zijn!   ֜ ֚ ֙ ֔ ֞ ֥ ֛ ֖ ֣ ֑ ֥ ֖ :
De schuld zal op mij vallen Dit is een eufemisme uit respect voor hem, alsof ze zegt: U stuurt mij met een kluitje in het riet door te zeggen: Ik zal instructies over u geven. Maar als ik nu wegga en u geeft geen opdrachten over mij, op wie rust dan de onbillijkheid?    
10 En de koning antwoordde: Ieder die er tegen u over praat, breng die bij mij, en hij zal u niet meer lastigvallen.   ֖ ֑ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֥ :
11 Hierop zei ze: Moge de koning zich Hasjem, uw G-d, herinneren, en de vele bloedwrekers weerhouden van bloedvergieten, opdat mijn zoon niet vernietigt wordt. En hij antwoordde: Zowaar Hasjem leeft, geen haar van uw zoon zal gekrenkt worden.   ֩ ֨ ֜ ֣ ֗ ֞ ( ֞) ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ ֑ ֙֙ ֔ ֛ ֥ ֖ :
Moge de koning zich Hasjem, uw G-d, herinneren Die Zich bezig hield met de lengte van de wegen [naar de vluchtsteden] ten einde levens te redden, zoals er geschreven staat: Opdat de wreker hem niet inhaalt, omdat de weg zo lang is (Devariem 19:6). En dit is de betekenis van: en de vele bloedwrekers weerhouden van bloedvergieten; en u probeert er zo vanaf te komen? (Rasji).    
12 Nu vroeg de vrouw: Mag uw dienares nog iets tegen mijn heer de koning zeggen? En hij antwoordde: Spreek!   ֙֙ ֔ ֧ ֛ ֥ ֖ ֑ ֖ :
13 Hierop zei de vrouw: Waarom denkt u zo over G-ds volk? Door zo over deze zaak te spreken, is de koning als een schuldige, die zijn eigen verbannene niet laat terugkeren.   ֙֙ ֔ ֧ ֛ ֖ ֣ ֑ ֨ ֜ ֚ ֙ ֔ ֛ ֥ ֖ :

Waarom denkt u zo over G-ds volk? Hoe kunt u zo iets denken, dat Israëlieten elkaar doden zonder getuigen en zonder waarschuwing? (Rasji).

Door zo over deze zaak te spreken is de koning als een schuldige Deze zaak, die u anderen aanwrijft, dat wat u tegen mij zegt, dat geen haar van uw zoon gekrenkt zal worden, nu zal ik u onthullen dat de zaak niet zo in elkaar zit, maar dat het gaat om uw twee zonen. Heb nu geen spijt en zeg niet: Ik heb mijzelf hiermee beschuldigd, maar nu kom ik erop terug, opdat de koning niet gedwongen zou worden zijn zoon, die van hem verbannen en gevlucht was,  terug te brengen (Rasji).
   
14 Want sterven moeten we allemaal en zoals het water dat wordt uitgegoten op de aarde, niet meer verzameld kan worden, zo spaart G-d geen enkele ziel. Laat hij daarom een plan uitdenken, opdat de balling niet voor hem verbannen blijft.   ֣ ֔ ֙֙ ֣ ֔ ֖ ֣ ֑ ֚ ֙ ֔ ֙ ֔ ֛ ֥ ֖ :

Want sterven moeten we allemaal En deze straf is ons genoeg (Rasji).

En G-d spaart geen enkele ziel Hij spaart geen mens van de dood. Laat daarom de koning een plan bedenken, opdat hij die verstoten is niet verstoten blijft (Rasji).
   
15 En de reden dat ik deze dingen tegen mijn heer de koning zeg, is omdat de mensen mij bang gemaakt hebben; en dus dacht uw dienares: Ik zal tegen de koning spreken en misschien doet de koning wat zijn dienares gezegd heeft.   ֠ ֜ ֨ ֚ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֑ ֚ ֙ ֣ ֔ ֛ ֥ ֖ ֥ :

En de reden dat ik deze dingen zeg Door te doen alsof het om mij en om mijn zonen gaat (Rasji).

Omdat de mensen mij bang gemaakt hebben Zij hebben mij bang gemaakt, omdat ik mijn heer wilde opzoeken betreffende zijn zoon, en dat hij boos op mij zou zijn (Rasji).

Ik zal tegen de koning spreken Over dit onderwerp, want misschien, enz. (Rasji).
   
16 Want de koning zal luisteren en zijn dienares redden uit de klauwen van die man, die mij en mijn zoon gezamelijk wil uitwissen uit de nalatenschap van G-d.   ֚ ֣ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֨ ֚ ֙ ֔ ֖ :
Want de koning zal luisteren en zijn dienares redden uit de klauwen van die man Die mijn zoon wil vermoorden en ons samen wil vernietigen van de erfenis van G-d (Rasji).    
17 Daarom dacht uw dienares: Laat het woord van mijn heer de koning rust brengen, want mijn heer de koning is als een engel van G-d, die weet onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Moge Hasjem, uw G-d met u zijn.   ֙֙ ֣֔ ֛ ֥ ֖ ֑ ֣ | ֣ ֗ ֣ ֚ ֙֙ ֙֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֥ :
Daarom dacht uw dienares Nadat de koning omtrent mij geboden heeft, zullen zijn woorden mijn zoon rust geven, want hij [de koning] zal niet op zijn woorden terugkomen, want mijn heer de koning is als een engel van Hasjem, en boosheid noch haat zullen hem doen terugkeren op zijn gunstige woorden (Rasji).    
18 Hierop sprak de koning en zei tegen de vrouw: Ik verzoek u niets van wat ik u ga vragen voor mij te verbergen. En de vrouw antwoorde: Laat mijn heer de koning alstublieft spreken.   ֣ ֗ ֙֙ ֣֔ ֨ ֚ ֙֙ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֙֙ ֔ ֖ ֥ :
19 Nu zei de koning: Heeft Joav de hand in dit alles? En de vrouw antwoordde en zei: Bij het leven van mijn heer de koning, wie kan naar rechts of naar links afwijken van het woord van de koning, want inderdaad, uw dienaar Joav heeft mij dit verzocht [te zeggen] en hij heeft al deze woorden in de mond gelegd van uw dienares.   ֣ ֔ ֥ ֛ ֖ ֑ ֣ ֣ ֡ ֩ ֨ ֜ ֣ | ֣ ֗ ֚ ֙ ֣ ֔ ֚ ֙ ֣ ֔ ֗ ֚ ֣ ֔ ֥ ֖ :

Om op de zaak te komen  Opdat deze zaak zich zou ontwikkelen tot die van de zoon van de koning, zodat die tot een gunstig einde zou komen (Rasji).

Maar mijn heer is wijs En daarom heeft u begrepen dat dit van Joav afkomstig is (Rasji).

   
20 Uw dienaar Joav heeft dit gedaan om via een omweg op de zaak [van Avsjalom] te komen, maar mijn heer is wijs, als de wijheid van een engel van G-d en hij weet alles wat er in het land gebeurt.   ֚ ֙ ֣ ֔ ֛ ֥ ֖ ֣ ֑ ֣ ֗ ֙ ֣ ֔ ֖ ֥ :

Om op de zaak te komen  Opdat deze zaak zich zou ontwikkelen tot die van de zoon van de koning, zodat die tot een gunstig einde zou komen (Rasji).

Maar mijn heer is wijs En daarom heeft u begrepen dat dit van Joav afkomstig is (Rasji).
   
21 Toen zei de koning tegen Joav: Kijk eens, je hebt dit gedaan, breng dus de jongeman, Avsjalom, terug.   ֚ ֙֙ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֛ ֥ ֖ :
22 Nu viel Joav op zich gezicht op de grond en wierp zich languit en zegende de koning, en Joav zei: Vandaag weet uw dienaar dat ik gunst gevonden heb in uw ogen, mijn heer de Koning, doordat de koning doet wat uw dienaar gezegd heeft.   ֩ ֨ ֥ ֛ ֖ ֣ ֑ ֣ ֡ ֩ ֨ ֜ ֨ ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֥ ( ) :
23 Hierop stond Joav op en ging naar Gesjoer en bracht Avsjalom naar Jeroesjalajiem.   ֥ ֖ ֣ ֑ ֥ ֖ :
24 En de koning zei: Laat hem naar zijn huis terugkeren, maar laat hij mij niet onder ogen komen. En zo keerde Avsjalom terug naar zijn huis, maar de koning kreeg hij niet te zien.   ֚ ֙֙ ֣ ֔ ֖ ֣ ֑ ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ ֥ :
25 Nu was er geen man in heel Israël, die zo geroemd werd om zijn knap uiterlijk; van zijn voetzool tot zijn kruin was hij zonder enig gebrek.   ֗ ֧ ֛ ֖ ֣ ֑ ֚ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ :
26 En wanneer hij zijn hoofd schoor en het was aan het eind van ieder jaar dat hij dat schoor, want dan werd het hem te zwaar dan schoor hij het en dan woog zijn hoofdhaar tweehonderd sjekels volgens het koninklijke gewicht.   ֘ ֒ ֠ ֙ ֚ | ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֑ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֥ :
27 Avsjalom kreeg drie zonen en één dochter, die Tamar heette, en zij was een mooie vrouw.   ֚ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֣ ֔ ֖ ֥ :
28 Avsjalom woonde twee jaar in Jeroesjalajiem, maar al die tijd kreeg hij de koning niet te zien.   ֧ ֛ ֖ ֣ ֑ ֥ ֖ ֥ :
29 Toen liet hij Joav roepen, om hem naar de koning te sturen, maar hij kwam niet. Hij liet hem een tweede keer roepen, maar hij kwam niet.   ֨ ֜ ֗ ֚ ֙ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֥ ֙ ֔ ֥ ֖ :
30 Toen zei hij tegen zijn bedienden: Joavs veld ligt naast het mijne en daar staat gerst op. Steek dat in brand. En de bedienden van Avsjalon staken het veld in brand.   ֨ ֜ ֩ ֨ ֚ ֙ ֣ ֔ ֖ ֣ ( ֣) ֑ ֜ ֧ ֛ ֖ :
Naast het mijne  Naast mijn bezittingen, op een plaats waar ik het kan beschadigen.    
31 Nu stond Joav op en kwam naar het huis van Avsjalom, en zei tegen hem: Waarom hebben uw bedienden mijn veld in brand gestoken?   ֣ ֔ ֥ ֖ ֑ ֣ ֔ ֣ ֧ ֛ ֥ ֖ :
32 Avsjalom antwoordde Joav: Ik heb [iemand] naar u toe gestuurd met de opdracht om hier te komen, opdat ik u naar de koning wil zenden, om te zeggen: Waarom moest ik uit Gesjoer komen? Het zou beter voor me geweest zijn wanneer ik daar gebleven was. Ik wil nu de koning zien, maar wanneer er een misdaad op mij rust, laat hij mij dan doden!   ֣ ֣ ֡ ֣ ֣ ֣ | ֡ ֣ ֠ ֩ ֙ ֜ ֗ ֚ ֙֙ ֔ ֥ ֖ ֣ ֑ ֗ ֙ ֣ ֔ ֥ ֖ :
 Laat hem mij dan doden Laat de koning mij doden.    
33 En zo ging Joav naar de koning en hij vertelde dit alles. Daarop liet hij Avsjalom roepen, en die kwam naar de koning toe en hij wierp zich voor hem op zijn gezicht op de grond voor de koning; en de koning kuste Avsjalom.   ֨ ֣ ֘ ֒ ֚ ֙ ֣ ֔ ֨ ֧ ֛ ֖ ֣ ֑ ֥ ֖ :