Orthodox Jodendom - Artikelen en foto's

 

      Jodendom     

 


ARTIKELEN

De Basis van het Jodendom  

  

De absolute en Goddelijke waarde van de wetten  

 

Feminisme in het Jodendom  

  

Ze was traditioneel Joods  

  

Het volk van het boek  

  

Feest -en hoogtij dagen [chagiem]  

  

Pesach - De Sederavond  

  

Kasjroet  

  

Chassidisme  

  

Hoe het de Joden in Nederland verging  

  

Israel als Joodse staat - ישראל  

Als je jood/jodin wilt worden  

Rouwperiode in het Jodendom  

Waarom wij niet in Jezus geloven  

Joodse muziek - מוסיקה יהודית  

Afbeeldingen  

Links  

Documenten

 

    

Vervolg: De rouwperiode in het Jodendom (deel 3)

 

Tahara- de reiniging

Het dode lichaam wordt gezien als cultisch onrein, tamee, waarmee beslist niet hetzelfde bedoeld wordt als vies. De ziel gaat naar G'd en het lichaam blijft achter. Het heeft geen funktie meer. Zoals een baby wordt gereinigd als deze ter wereld komt, zo wordt de dode gereinigd als hij of zij de wereld verlaat. In de dood zijn allen gelijk. Dat uit zich in de verzorging van het lichaam en de aankleding ervan. Degenen die de reiniging, tahara uitvoeren, zijn leden van de chewra kadiesja. De te verzorgen dode ligt op een speciale tafel onder een laken en op de tast trekken de chewre-leden de kleren die de dode draagt uit, zodat deze niet naakt voor de vrijwilligers verschijnt. Dit uit piëteit met de dode. De leider of leidster van de tahara gaat voor in een speciaal gebed, waarin vooraf reeds vergiffenis wordt gevraagd voor een eventuele tekortkoming bij de verzorging. De chewre-leden zeggen alleen iets als het hoognodig is en te maken heeft met de verzorging. Maar meestal zijn ze zo op elkaar ingespeeld dat knikken met het hoofd of wijzen genoeg is. De vrouwelijke chewre-leden verzorgen de vrouwelijke dode, de mannen de mannelijke. Over het laken wordt lauw water gegoten. Het lichaam wordt afgedroogd. De nagels worden verzorgd. Bij de laatste overgieting zeggen de kabraniem/kabranot de woorden van Leviticus/Wajikra 16:30:

Want op die dag zal men verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren; van al jullie zonden zullen jullie tegenover de Eeuwige rein worden.

En Ezechiel 36:25: 'En Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden; van al uw onreinheden en walgelijkheden zal Ik u reinigen'. De haren van de dode worden gekamd en de witte katoenen doodskleren, die eveneens door vrijwilligsters zijn genaaid, worden aangetrokken. Allen krijgen dezelfde soort kleren aan, zoals rabban Gamliel II heeft bevolen in de eerste eeuw van de gewone jaartelling, toen de minderbedeelden straatarm werden door een zo mooi mogelijke begrafenis te verzorgen. De man krijgt voor zijn laatste reis zijn gebedsmantel, talliet om, waarin hij gebeden heeft. De tsietsiet, de schouwdraden worden nu afgeknipt, want doden prijzen G'd niet meer, zoals er staat in psalm 115:17.

De doodskleren - tachriegien, zijn een afspiegeling van de vroegere priesterkleren. Een muts, hemd, broek, gordel en sokken; in sommige gemeenschappen ook nog een extra jas. Vroeger behoorden deze tachriegien tot de uitzet. Het lichaam wordt in een laken gewikkeld en in de spaanplaten kist gelegd Ook hier weer voor alle doden een gelijke kist, zonder opsmuk, omdat het lichaam eigenlijk zo in de aarde gelegd hoort te worden, zodat stof tot stof kan weerkeren. In de kist wordt ook aarde uit het Heilige Land meegegeven met de woorden: 'En Hij verzoent zich met Zijn volk, met Zijn grond' (Dewariem/Deuteronomium 32:43). Hoewel de volksmond anders beweert, worden geen sieraden en geen gebruiksvoorwerpen meegegeven. De kist wordt gesloten en er wordt een zwarte doek overheen gelegd. Op de kist komt aan het hoofdeinde een lichtje te staan. Het zogeheten jaartijdlichtje, het neer nesjama. De ziel van een mens wordt vergeleken met een vlammetje dat altijd naar omhooggaan streeft. Zoals er in Spreuken 20:27 staat: 'De ziel van de mens is een lamp van G'd'.

Zo'n lichtje wordt ook aangestoken in het huis van de achterblijvende en zal daar een jaar, 12 joodse maanden, branden ter herinnering aan de ziel van de dode, voor wie ook dat hele (joodse) jaar gebeden wordt. Op elke gedenkdag van het sterven wordt dat lichtje na dat eigenlijke rouwjaar gedurende 24 uur aangestoken. In Israël zijn daar speciale 24-uurs kaarsen voor te koop.

Waken

Vroeger en ik denk ook nu nog in Israël en ander grote joodse gemeenschappen, werd er dag en nacht bij de dode gewaakt door familie, vrienden of mensen van de Gemiloet Chassadiem. Daar zijn verschillende redenen voor te geven. Het lichaam werd bedreigd door ongedierte, zoals muizen of stond bloot aan lijkroof. Er werden psalmen gezegd en geleerd uit de joods-religieuze literatuur. Tussendoor werd ook koffie gedronken en wat gegeten. Het lichaam was door een scherm of iets dergelijks afgescheiden van de gemeenschap, omdat het niet meer mee kon doen; naar Spreuken 17:5: 'Die de arme bespot, hoont Zijn Maker'. Het leren staat in dienst van de ziel van de overledene; door deze geestelijke bagage mee te geven, krijgt de ziel een betere begeleiding en raakt sneller naar zijn eindbestemming.

De oneen - de stille klagende

De oneen is meestal iemand die het dichtst bij de dode staat. Hij wordt bij het intrede van de dood in een onuitsprekelijke diepte gegooid. Plotseling bevindt hij zich buiten het gewone leven. Zolang de dode letterlijk voor hem ligt, kan hij aan niets anders denken dan aan het onherroepelijke moment van het sterven. In Misjna Awot 4:23 zegt rabbi Sjim'on ben El'azar: 'Tracht iemand niet te troosten als zijn dode nog voor hem ligt'. Het is nog geen tijd voor tranen. Het leven lijkt een groot zwart gat en toch moet er van alles geregeld worden. De dode moet begraven worden en in Nederland moet dan een van de rabbijnen worden benaderd die dat verder regelt. Omdat er zo gauw mogelijk moet worden begraven, direkt na 36 uur, moeten vrienden worden gebeld die op hun beurt weer de gemeenschap per telefoon waarschuwen. Religieus wordt de oneen vrijgesteld van allerlei verplichtingen, zoals het dragen van tefillien en het bijwonen van een gebedsdienst. Oneen wordt men door overlijden van vader, moeder, broer, zuster, zoon, dochter of echtgenote. Hij onthoudt zich van vlees eten en wijn drinken, beide behorend tot vreugdevolle zaken. Ook de synagoge bezoekt hij niet. Hij moet alle ruimte krijgen de begrafenis te regelen. Gecondoleerd wordt hij door de gemeenschap ook niet. Die biedt alleen zijn diensten aan en een luisterend oor. De oneen en de andere naaste familie leden hebben bij de tahara, de reiniging de dode een sok aangetrokken. In het metaheerrhuisje, reinigingshuisje krijgen ze nu een kerie'a, een inscheuring in de kleding, als dat al niet onmiddellijk na het sterven is gebeurd. Dit alles om het grote rouwen op gang te brengen. Daarbij wordt gezegd met de profeet Jo'eel 2:13:

'Verscheurt uw hart, niet alleen uw kleren, keert terug tot de Eeuwige, uw G'd, want genadig en barmhartig is Hij; lankmoedig en oneindig in genade en Hij verandert het noodlottige besluit ten goede'.

Verschil in visie

Veel godsdienstige tradities in Oost en West menen dat de mens bestaat uit een reine ziel die is gevangen in een onrein stoffelijk lichaam. De ziel probeert zich bezig te houden met gebed en beschouwing, maar het lichaam blijft voortdurend in de ban van eten en seks. Daarom is het doel van de godsdienst de ziel tot groei te brengen ten koste van het lichaam, in de verwachting van dat heerlijke moment van verlossing dat de ziel zal worden bevrijd uit haar kerker van bederfelijk vlees en zich in vrijheid zal verheffen naar de wereld van de geest. Het jodendom verwerpt die dualiteit. In de eerste plaats ziet het de dood niet als een bevrijding uit aardse boeien en als een verheffing naar een betere wereld. Het ziet de dood als een tragedie. De dood maakt een eind aan het vermogen van een mens de wereld te heiligen. Door de dood van een goed mens is G'd iets minder tegenwoordig op aarde. In de tweede plaats ziet het jodendom de stoffelijke wereld, de wereld van eten en seks en slaap en andere lichamelijke behoeften, niet als minderwaardig aan de wereld van de geest. Niets dat door G'd is geschapen, is waardeloos en nutteloos. Alles kan heilig of onheilig worden gemaakt door de manier waarop het wordt gebruikt. De Talmoed vertelt over een van de wijzen die arbeiders een standbeeld van de keizer zag schoonmaken en versieren en daarop zei: "Als dat standbeeld, dat een beeld van een koning van vlees en bloed is, het waard is zo goed verzorgd te worden, hoeveel te meer mijn lichaam, dat een beeld is van de Koning der Koningen."