Berachot Hoofdstuk 1 - Misjna 4 בַּשַּׁחַר מְבָרֵךְ שְׁתַּיִם לְפָנֶיהָ וְאַחַת לְאַחֲרֶיהָ, וּבָעֶרֶב שְׁתַּיִם לְפָנֶיהָ וּשְׁתַּיִם לְאַחֲרֶיהָ. אַחַת אֲרֻכָּה וְאַחַת קְצָרָה. מְקוֹם שֶׁאָמְרוּ לְהַאֲרִיךְ, אֵינוֹ רַשַּׁאי לְקַצֵּר. לְקַצֵּר, אֵינוֹ רַשַּׁאי לְהַאֲרִיךְ. לַחְתֹּם, אֵינוֹ רַשַּׁאי שֶׁלֹּא לַחְתֹּם. וְשֶׁלֹּא לַחְתֹּם, אֵינוֹ רַשַּׁאי לַחְתֹּם:
’s Ochtends zegt men twee berachot ervoor [1] [voor Sjema] en één erna [2] .’s Avonds [zegt men] twee ervoor [3] en twee erna [4] , één lange en één korte [beracha] [5]. Waar men gezegd heeft dat men moet verlengen, mag men niet verkorten, en waar men moet verkorten mag men niet verlengen [6]. [Waar men moet] afsluiten [7], mag men niet nalaten af te sluiten, en waar men niet mag afsluiten [8] mag men niet afsluiten. [1]. Twee ervoor: [die bekend staan als] Jotseer or en Ahava (RAV). De eerste beracha, die begint na Barechoe met de woorden: Baroech ata......enz. en die eindigt met: „Geprezen bent U, Hasjem, schepper van de lichten.” En de tweede beracha die direct daarna begint met: „Met overvloedige liefde heeft U ons lief gehad....” en die eindigt met: „Geprezen bent U, Hasjem, die Zijn volk Israël met liefde heeft uitgekozen.” [2]. En één erna: Emet wejatsiev (RAV). Men zegt één beracha na Sjema, die begint met de woorden: „waarachtig, gevestigd en juist”, en die eindigt met: „Geprezen U, Hasjem die Israël verlost.” (vert.D. blz. 43); deze beracha staat bekend onder de naam „Beracha van de verlossing”. [3]. Twee [berachot] ervoor: [die bekend staan als] Hama’ariv ‘araviem en Ahavat ‘Olam (RAV). ’s Avonds zegt men twee berachot voor Sjema: De eerste begint gelijk na Barachoe en eindigt met Hama’ariv araviem, [die het avond laat worden]. De tweede beracha sluit daarop aan en eindigt met de woorden „die van Zijn volk Israël houdt” (vert.D. blz.219). [4]. En twee erna: [Die bekend staan als] Emet weëmoena en Hasjkieweinoe (RAV). De eerste begint met het woord èmet, dat men verbindt met het laatste woord van Sjema en dat eindigt met Baroech Ata Hasjem Gaäl Jisraël [Geprezen bent U, Hasjem die Israël verlost]; en de tweede direct daarna, die eindigt met „Die over Zijn volk waakt” (vert. D. Blz. 222). [5]. Eén lange en één korte: Dit slaat op de twee [berachot] ervoor: Jotseer Or is lang want hij begint met Baroech [Ata Hasjem] en hij eindigt met Baroech [Ata Hasjem]. En zo ook met Hama’ariv ‘araviem. [De beracha] Ahava [en ook Ahavat ‘Olam] is kort, want hij eindigt wel met Baroech etc., maar begint niet met Baroech (RAV). [De woorden „lang” en „kort” worden verschillend verklaard. Volgens Rasji slaat het op het aantal zinnen en onderwerpen van de beracha. Volgens Rav Ovadja uit Bertinoro betekent het wat anders, n.l. een lange beracha begint en eindigt met de woorden Baroech Ata Hasjem enz., terwijl een korte beracha daar wel mee eindigt maar niet mee begint.] [6]. Men mag de structuur van een beracha niet veranderen, door bijv. de afsluitende beracha weg te laten, of er een toe te voegen, waar die niet is. [7]. [Waar men zegt] af te sluiten met Baroech [Ata Hasjem] (RAV). [8]. Waar men niet mag afsluiten: Zoals bij de berachot over vruchten en de berachot voor mitswot (RAV). [Deze berachot beginnen wel met Baroech, maar ze zijn zo kort dat zij daar niet mee eindigen.]
Copyright © 2004 by
|