Berachot Hoofdstuk 3 - Misjna 2 קָבְרוּ אֶת הַמֵּת וְחָזְרוּ, אִם יְכוֹלִין לְהַתְחִיל וְלִגְמֹר עַד שֶׁלֹּא יַגִּיעוּ לַשּׁוּרָה, יַתְחִילוּ וְאִם לָאו, לֹא יַתְחִילוּ. הָעוֹמְדִים בַּשּׁוּרָה, הַפְּנִימִים פְּטוּרִין, וְהַחִיצוֹנִים חַיָּבִין:
Nadat men de dode begraven heeft en terugkeert [van het graf] en wanneer men [1] kan beginnen en eindigen [2] voor zij [3] de rij [4] bereikt hebben, dan beginnen zij [5]. En zo niet, dan beginnen zij niet [6]. Degenen die in de rij aan de binnenkant [7] staan, zijn vrijgesteld, die aan de buitenkant [8] zijn verplicht [Sjema te zeggen]. Aantekeningen bij Misjna 3.2 [1]. De aanwezigen die de rouwenden zijn komen troosten. [2]. Beginnen en eindigen: Eén afdeling van Keriat Sjema [te zeggen] (RAV). [Zelfs wanneer zij slechts voldoende tijd hebben om alleen de eerste paragraaf van Sjema te zeggen, dan moeten zij dat volgens de Gemara (19a) doen.] [3]. De rouwenden. [4]. De rij: Want men maakte een aantal rijen om de rouwende, om hem te troosten bij zijn terugkeer van het graf (RAV). [Dus men stond een aantal rijen dik langs het pad vanaf het graf, waartussen de rouwende doorliep.] [5]. Zie noot 1. [6]. En zo niet: Wanneer de afstand van het graf tot de plaats waar men de rijen gevormd heeft te kort is en men daardoor geen voldoende tijd had om [één paragraaf] te beginnen en te eindigen voordat hij [de rouwende] de rij bereikt heeft RAV). [7].Aan de binnenkant: Degenen die het gezicht van de rouwenden kunnen zien (RAV). [Die het dichtst in de rij bij de rouwenden staan, de binnenste twee rijen, zijn druk bezig met het troosten van de rouwenden. Echter na afloop moeten zij alsnog Sjema zeggen (Tifèret Jisraël).] [8]. Aan de buitenkant: Die de gezichten van de rouwenden niet kunnen zien (RAV).
Copyright © 2004 by |