Berachot Hoofdstuk 6 - Misjna 2 ������� ��� ������� �������� ������� ������ ���������, �����. ����� ������� ������� ������� ������ �����, ��� �����. ��� ������� ��� ����� ��������� (�������), �����:
[Als] iemand over boomvruchten [1] gezegd heeft: Boree perie haäda�ma, dan heeft hij [zijn plicht] gedaan. [2] Maar [als hij] over aardvruch�ten [gezegd heeft]: Boeree perie ha�eets, dan heeft hij niet [zijn plicht] gedaan. [3] Als hij over al deze sjèhakol gezegd heeft, dan heeft hij [zijn plicht] gedaan. [4] [1]. [Als] iemand over boomvruchten gezegd heeft, enz.: Zolang als men de vrucht wegneemt, maar de tak laat staan, en diezelfde tak geeft het volgende jaar weer een vrucht, dan wordt het �een boom� genoemd, en zegt men over haar vruchten: Boree perie ha�eets. Maar als men de vrucht wegneemt en er blijft geen tak over waaraan het volgende jaar weer een vrucht groeit, dan zegt men voor haar vruchten: Boree perie haädama [Berachot 40a] (RAV). [2]. Want bomen groeien uit de grond en dus zijn boomvruchten ook inbe�grepen in �vruchten van de aarde�. Daarom wordt die beracha daarover als geldig beschouwd. [3]. Want aardvruchten, zoals groente en tomaten e.d. groeien niet aan een boom. [4]. Als hij over al deze sjèhakol gezegd heeft, dan heeft hij [zijn plicht] gedaan. En zelfs [als hij deze beracha gezegd heeft] voor brood of wijn. Echter a priori hoort men geen enkele vrucht te eten als men niet van te voren weet welke beracha men daarvoor zegt (RAV).
Copyright � 2004 by |