Berachot Hoofdstuk 6 - Misjna 3 עַל דָּבָר שֶׁאֵין גִּדּוּלוֹ מִן הָאָרֶץ אוֹמֵר שֶׁהַכֹּל. עַל הַחֹמֶץ וְעַל הַנּוֹבְלוֹת וְעַל הַגּוֹבַאי אוֹמֵר שֶׁהַכֹּל עַל הֶחָלָב וְעַל הַגְּבִינָה וְעַל הַבֵּיצִים אוֹמֵר שֶׁהַכֹּל. רַבִּי יְהוּדָה אוֹמֵר, כָּל שֶׁהוּא מִין קְלָלָה אֵין מְבָרְכִין עָלָיו:
Over iets dat niet uit de grond groeit [1] zegt men „sjèhakol”, [want alles ....[2]]. Over azijn en over onrijp afgevallen vruchten [3] en over sprinkhanen [4] zegt men „sjéhakol”. (Over melk, boter en eieren zegt men „sjèhakol” [5]) Rabbi Jehoeda zegt: Over alles dat een soort vloek is [6], zegt men geen beracha. Aantekeningen bij misjna 6:3 [1]. Bijvoorbeeld vlees, vis, water, enz. [2]. Men zegt: „Baroech Ata Hasjem Elokeinoe melech ha’olam sjèhakol nihejè bidevaro” [Gezegend bent U, Eeuwige, onze G-d, Koning der Wereld, want alles bestaat door Zijn woord] (Sommigen zeggen nihejain plaats van nihejè). [3]. Onrijpe afgevallen vruchten: Het Hebreeuwse woord novelot betekent „vruchten, die te vroeg, onrijp, zijn afgevallen” (RAV). [4]. Sprinkhanen: Het Hebreeuwse woord „gorai” betekent „reine sprinkhanen” [van de soort die Tora in Wajjikra 11:21-22 toestaat om te eten] (RAV). [5]. In de Babylonische en Jeruzalemse Talmoed komt deze zin niet voor en ook in sommige Misjna-uitgaven niet, omdat de informatie die het bevat reeds is inbegrepen in het voorafgaande. [6]. Soort vloek: Onrijpe vruchten en sprinkhanen komen ten gevolge van een vloek. Maar de halacha is niet volgens Rabbi Jehoeda. (RAV). [Dit voedsel wordt als een plaag beschouwd, want zij veroorzaken een verlies. Azijn is zuur geworden wijn, sprinkhanen vernielen de oogst en als fruit onrijp van de bomen valt, veroorzaakt dat een verlies voor de eigenaar].
Copyright © 2004 by |