Vorige Index Volgende

Berachot

Hoofdstuk 8 - Misjna 3

בֵּית שַׁמַּאי אוֹמְרִים, מְקַנֵּחַ יָדָיו בַּמַּפָּה וּמַנִּיחָהּ עַל הַשֻּׁלְחָן. וּבֵית הִלֵּל אוֹמְרִים, עַל הַכֶּסֶת:

 

De school van Sjammai zegt: men veegt zijn handen af aan een doekje [1] en legt dat dan op tafel. Maar Beit Hilleel zegt: op het kussen.


Aantekeningen

[1] Men veegt zijn handen af aan een doekje: Als men voor de maaltijd zijn handen gewassen heeft, dan legt men het doekje op de tafel en daar veegt men voortdurend zijn handen aan af [tijdens de maaltijd] van de vettigheid e.d. van het gekookte voedsel. En men legt het niet op het kussen waarop men zit, want dat is door de rabbijnen verboden, want misschien is het kussen onrein in de eerste graad [doordat een eerste graad onrein iemand erop is gaan zitten, bijv. iemand die in aanraking was geweest met een dode, of een vrouw na de bevalling]. En water van de handen maakt de handdoek vochtig door het afdrogen en dat vocht, wanneer het het kussen aanraakt, wordt onrein in de eerste graad, want vloeistoffen worden altijd onrein in de eerste graad [onafhankelijk van de graad van onreinheid van het voorwerp waarmee het in aanraking gekomen is en waarvan het de onreinheid heeft overgenomen]. En wanneer men tijdens de maaltijd zijn handen aan het doekje afveegt, worden zijn handen daar onrein van. Maar er is geen reden om te verbieden het op de tafel te leggen, want het is [door de rabbijnen] verboden gebruik te maken van een tafel die onrein is in de tweede graad (RAV). [Want als daar troema op gelegd zou worden, zou die troema onrein worden in de derde graad en het is verboden om troema onrein te maken, want zulke troema moet verbrand worden. Daarom hebben de rabbijnen verboden zo’n tweede graads onreine tafel te gebruiken en dus kan men zonder zorgen zijn handdoek of servet daarop leggen].

Maar Beit Hilleel is van mening dat het is toegestaan van een [onreine] tafel gebruik te maken, omdat die een tweede graad van onreinheid heeft. [De Kohaniem, de enigen die troema eten, zijn in het algemeen meer geleerd en meer zorgvuldig dan de rest van het volk, en zij zullen er zorgvuldig voor oppassen geen troema op een onreine tafel te leggen. Daarom was er geen noodzaak voor de rabbijnen om het gebruik van een onreine tafel te verbieden (Tosfot Jom Tov)]. Daarom moet men de handdoek niet op tafel leggen, opdat de onreine tafel het vocht in de handdoek niet onrein [in de eerste graad] maakt en dit [vocht] maakt weer het voedsel onrein [als het in contact komt met het onreine vocht van de handdoek]. Maar wanneer men het [de handdoek] op het kussen legt [ waarop men zit], dan valt er niets te vrezen, want hoogstens worden de handen erdoor onrein [in de tweede graad, en dat was het probleem van Beit Sjammai], maar het is beter dat de handen onrein worden [dan het voedsel op tafel], want er is geen basis hiervoor in Tora, want Tora schrijft geen netilat jadajiem voor choelien voor [gewoon voedsel, zonder speciale heiligheid, in tegenstelling tot b.v. troema of vlees afkomstig van een offerdier] en [de handen] maken het voedsel niet onrein met een onreinheid die zijn basis vindt in Tora. Want [alleen] iets dat onrein is in de eerste graad kan iets anders volgens Tora onrein maken in de tweede graad (RAV). [En Tora kent geen overdracht van een tweede graad onreinheid naar een derde graad onreinheid. En hoewel Beit Hilleel evenveel belang hechtte aan netilat jadajiem voor het eten van choelien, om te voorkomen dat men teroema zou eten met onreine handen, is het niet verboden om choelien te eten met handen die onrein zijn geworden na netilat jadajiem. En het risico dat Kohaniem met dergelijke handen hun troema eten is klein, want zij zijn veel zorgvuldiger dan de gewone mensen].


Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder