Wie een
komkommer als troema afzondert1 en hij blijkt bitter te
zijn, [of] een watermeloen en hij blijkt bedorven te zijn, dan is
het [toch] troema2 maar men moet opnieuw troema
afzonderen. Als men een vat met wijn als troema afzondert en het
blijkt azijn te zijn3, [dan geldt dat] als het bekend
was dat het azijn was voordat het als troema afgezonmderd werd,
dan is het geen troema. Wanneer het verzuurd is nadat het als
troema afgezonderd werd, dan is het troema. Bij twijfel4
is het troema maar men moet dan opnieuw troema afzonderen5.
De eerste [�troema�] maakt zelf een mengsel niet verboden6
en men is er geen vijfde [extra] voor verschuldigd7. En
zo ook de tweede [�troema�].
Toelichting op Misjna 3:1
1. Wie een komkommer als troema afzondert
� Onopzettelijk. En zelfs dan moet men opnieuw troema afzonderen,
want het is dichtbij opzet, namelijk verregaande slordigheid (RAV).
2. Het is toch troema
� Want het werd tot troema bestemd en heeft dus heiligheid
gekregen, maar de rest van het product is nog steeds tevel
en daar moet dus alsnog troema van worden afgezonderd.
3. En het blijkt azijn te zijn
� Wie van azijn troema afscheidt voor wijn, heeft geen troema
afgezonderd, want wijn en azijn zijn twee verschillende soorten
product (RAV). Dus als al bekend was voordat de troema werd
afgezonderd, dat het vat azijn bevatte, dan is de troema ongeldig
en moet men opnieuw troema afzonderen van de wijn. In Bava Batra
(84b) wordt een meningsverschil vermeld tussen Rebbi en de andere
Geleerden. Rebbi meent dat wijn en azijn twee verschillende
soorten producten zijn en dus mag men volgens hem niet van het één
voor het ander troema afscheiden. De Geleerden menen echter dat
azijn verzuurde wijn is en niet een ander soort product is. Dus
volgens hun is troema van azijn voor wijn wel geldig. Rav
volgt hier kennelijk het standpunt van Rebbi.
4. Bij twijfel
� Als men niet weet of het al azijn was voordat troema werd
afgezonderd, of dat het verzuurd werd na de afzondering (RAV).
In dat geval is het mogelijk dat de troema geldig is en de azijn
moet aan een Kohen gegeven worden en mag niet door een Israël
gebruikt worden.
5. Het is troema maar men moet dan opnieuw troema afzonderen
� Men moet dan beide aan een Kohen geven en die betaalt voor de
eerste troema, want die is groter dan de tweede, want de tweede
werd afgezonderd van een iets kleinere hoeveelheid [nadat de
eerste troema al was afgenomen]. En daar de Kohen de troema
opeist, moet hij bewijzen wat de echte troema is en daar hij dat
niet kan, eisen we van hem dat hij de kleinste gift als troema
accepteert en voor de grootste betaalt en dat is wat het eerst
werd afgezon�derd.
6. De eerste [�troema�] maakt zelf een mengsel niet verboden
� Wanneer het valt in minder dan honderd maal choelien, dan
is het mengsel niet verboden, want misschien is het geen troema (RAV).
[Volgens Tora geldt dat als een verboden voedsel vermengd raakt
met toegestaan voedsel van dezelfde soort en het mengsel bestaat
voor de meerderheid uit toegestaan voedsel, dan is het mengsel
toegestaan. Echter, de Geleerden hebben bepaald, dat als troema
vermengd raakt met toegestaan voedsel, het mengsel pas toegestaan
wordt als er zich in het mengsel honderd eenheden van het
toegestaan voedsel bevinden tegenover één eenheid van de troema.
Een dergelijk verboden mengsel moet aan een Kohen verkocht worden
die de waarde van het toegestane deel van het mengsel moet
betalen. In ons geval van twijfelachtige troema is echter een
meerderheid van toegestaan voedsel voldoende en het mengsel is
toegestaan voor een niet-Kohen.] En ook de tweede troema maakt een
mengsel niet verboden [als de meerderheid uit toegestaan voedsel
bestaat] want misschien was het eerste de echte troema en dan is
het tweede wat afgezonderd werd, choelien (RAV).
7. Men is er geen vijfde [extra] voor verschuldigd
� Een niet-Kohen die alleen de eerste afgezonderde troema eet, of
alleen de tweede afgezonderde troema, is daar geen extra vijfde
over verschuldigd, zoals in andere geval�len (RAV). Wanneer
een niet-Kohen bij vergissing troema eet, dan moet hij de waarde
daarvan plus een vijfde van de waarde aan de Kohen vergoeden. Het
�vijfde� wordt gerekend van het eindresultaat en men geeft dus in
wer�kelijkheid een kwart extra. Dus als de troema 20 waard was,
geeft men 5 extra, dat is � van twintig, dus men geeft de Kohen
toaal 25,
1/5
van 25.