Als één
daarvan1 valt in Choelien dan maakt het er [van
de choelien] geen verboden mengsel van. Als de
tweede op een andere plaats valt, maakt het er geen verboden
mengsel van2. [Maar] als beide op één plaats vallen3,
dan maken ze er een verboden mengsel van overeen�komstig de
kleinste van de twee.4
Toelichting op Misjna 3:2
1. Als één daarvan �
Als één van de twee �troemot,� genoemd in de vorige misjna, de
azijn en de wijn.
2. Maakt het er geen verboden mengsel van
� Dit is een herhaling van de vorige misjna, waar al geleerd werd
dat als één van de twee �troemot� in choelien valt, het er
geen verboden mengsel van maakt, zolang de choelien de
meerderheid van het mengsel vormt. Hier wordt benadrukt dat zelfs
als beide �troemot� in verschillende schalen met
choelien vallen en dus zeker één van de twee mengsels zeker
troema bevat, en we dus zouden verwach�ten dat dan de mengsels
verboden zouden zijn, dat ook dan die mengsels niet verboden zijn
(mits elk voor de meerderheid uit choelien bestaat).
3. Als beide op één plaats vallen
� Als beide �troemot� [de azijn en de wijn] in dezelfde bak met
choelien vallen, dan is er zeker troema in gevallen, want een
van de twee is zeker troema.
4. Overeenkomstig de kleinste van de twee
� Overeenkomstig de hoeveelheid van de tweede troema, die kleiner
is dan de eerste [zie Misjna 1, noot 5]. Wanneer het mengsel van
choelien en troema nu 100 eenheden
choelien bevat tegenover één eenheid van de kleinse [dus de tweede] troema,
dan is het mengsel niet verboden [want de vereiste van honderd
tegen één is een voorschrift van de Rabbijnen en dus zijn we daar
in dit geval soepel mee]. De Israël geeft aan de Kohen van het
mengsel de hoeveelheid van de beide troemot (RAV).