Orthodox Jodendom - Artikelen en foto's

 

      Jodendom     

 


ARTIKELEN

De Basis van het Jodendom  

  

De absolute en Goddelijke waarde van de wetten  

 

Feminisme in het Jodendom  

  

Ze was traditioneel Joods  

  

Het volk van het boek

Het volk van het boek

Introductie tot de Talmoed

Dromen & de Talmoed  

  

Feest -en hoogtij dagen [chagiem]  

  

Pesach - De Sederavond  

  

Kasjroet  

  

Chassidisme  

  

Hoe het de Joden in Nederland verging  

  

Israel als Joodse staat - ישראל  

Als je jood/jodin wilt worden  

Rouwperiode in het Jodendom  

Waarom wij niet in Jezus geloven  

Joodse muziek - מוסיקה יהודית  

Afbeeldingen  

Links  

Documenten

 

     Hulpprogramma's

De Talmoed 

Talmoed (verwant met de Hebr. werkwoordstam *tHlmd, = leren, onderwijzen), de schriftelijke vastlegging van discussies die gedurende enige eeuwen zijn gevoerd door joodse geleerden over de praktische toepassing van de thora-voorschriften en de mondelinge leer (misjna) in het dagelijks leven (zie ook thora).

In deze gesprekken, die het gevolg waren van de talloze gevallen waarvoor de geleerden zich in een steeds veranderende wereld gesteld zagen, is ook de contemporaine wetenschap verwerkt, zodat een veelvoud van onderwerpen, meestal in associatief verband, aan de orde komt.

Daardoor is de talmoed geworden tot de bron bij uitstek voor de uitleg en vaststelling van de halacha (joodse gedragscode), alsmede voor de kennis van de cultuurgeschiedenis van het jodendom en zijn naaste omgeving in de eerste vijf eeuwen n.C.

1. Commentaar

Het werk is een commentaar bij een aantal traktaten van de misjna. Deze commentaar noemt men gemara (van een Aramees werkwoord dat ‘aanvullen’, ‘voltooien’ betekent, en – naar een andere lezing – ‘uit het hoofd leren’). Als pars pro toto wordt ook de gehele talmoed (misjna, gemara en latere commentaren) wel gemara genoemd. Een andere benaming is sjas (gevormd van de beginletters van het Hebr. sjisja sedariem [Aram.: sjita sidra], = lett.: zes ordeningen, dwz. de zes hoofdafdelingen van de misjna).

2. Palestijnse talmoed

Er bestaat zowel een Palestijnse of Jeruzalemse talmoed als een Babylonische. De Palestijnse talmoed is ontstaan in de Scholen van Sepphoris, Caesarea en Tiberias en werd tegen het einde van de 4de eeuw afgesloten. De taal is het Westaramees. Het oudst bekende handschrift werd geschreven in 1289 en bevindt zich in Leiden. De eerste gedrukte uitgave van Bomberg in Venetië is van 1520–1523.

3. Babylonische talmoed

Hoewel de tradities van de Palestijnse talmoed de oudste en misschien meest betrouwbare zijn, werd zijn gezag toch overvleugeld door de Babylonische talmoed. Deze bevat een gemara bij 37 traktaten van de misjna. De tekst is grotendeels geschreven in het Oostaramees met stukken in het Hebreeuws, alsmede Griekse en Latijnse leenwoorden. Het oudst bekende handschrift is van 1343 en bevindt zich in München. De eerste druk is weer van Bomberg, gedateerd 1523–1524. De grondleggers van de Babylonische talmoed zijn Rav, Sjmoe‘eel (Samuël) en Juda ben Ezechiël, in de 3de eeuw resp. hoofd van de rabbijnse academies te Soera, Nehardea en Poembedita in Zuid-Mesopotamië.

Hun leerlingen hebben in onderlinge discussies de talmoed gevormd. Zij heten, ter onderscheiding van de leraren van de misjna (de Tannaïm) de Amoraïm

Het hoogtepunt van hun activiteit valt in het midden van de 4de eeuw; de laatste redactie wordt op het eind van de 5de eeuw gedateerd.

Niet alle joodse gemeenschappen aanvaardden het gezag van de talmoedgeleerden. Met name verzetten zich de Karaïeten, die noch de misjna noch de talmoed erkenden. Van niet-joodse zijde is de talmoed herhaaldelijk aangevallen en verboden. Een triest hoogtepunt van deze vorm van antisemitisme was de talmoedverbranding in Parijs tijdens de regering van Lodewijk de Heilige (1242).

Ondanks alle oppositie wordt de talmoed ook heden ten dage over de hele wereld bestudeerd, vooral in talmoedhogescholen, de jesjivot (zie jesjiva).

UITG: (met vert.): d. I. Epstein, The Babylonian Talmud, de zgn. Soncino-uitgave (Hebr.-Aram./Eng., 21961 vv.); El Am-uitg., Talmud with English translation and commentary (1965 vv.); d. A. Steinsaltz, The Talmud, gevocaliseerde tekst met verklaarders en Eng. vert. (meer dln., 1989 vv.); d. S.M. Lehrman e.a., Hebrew-English edition of the Babylonian Talmud with notes, glossary and indices (30 dln., 1982).

VERT: Le talmud de Jérusalem, d. M. Schwab (11 dln., 1879–1900); Der babylonische Talmud, d. L. Goldschmidt (12 dln., 1929–1936).

thora (Hebr. Tora), wordt gewoonlijk met ‘wet’ vertaald en dan verstaat men daaronder in het bijzonder de wet van Mozes. Daarom vat men de vijf boeken van Mozes, de Pentateuch, ook samen als thora, hoewel deze behalve wetten ook verhalen met een strekking bevatten; maar deze kunnen tot thora gerekend worden in de wijdere betekenis van het woord, dat eigenlijk ‘onderwijzing’ betekent.

In grote lijnen bevat de (schriftelijke thora 613 voorschriften (248 geboden en 365 verboden) die het joodse volk waar mogelijk in acht dient te nemen.

Bron: xs4all.nl/~tmax/talmoed.htm